Werken met meervoudig gehandicapten


Merle en Anika, begin twintigers, de een nog stagiaire, de ander een half jaar werkzaam bij Heertgank 25. Allebei wisten ze niet goed wat ze moesten verwachten van het werken met mensen met een meervoudige beperking. Allebei vinden ze het geweldig.

“Ik ga elke dag met een voldaan en goed gevoel naar huis”, zegt Merle. Toen ze bij ORO stage kwam lopen vanuit de hbo-opleiding Verpleegkunde, twijfelde ze over het werken in de gehandicaptenzorg. “Ik had geen goed beeld. Dacht bijvoorbeeld dat ik geen respons hoefde te verwachten van deze bewoners. Nou, de praktijk is heel anders.”

Anika vertelt een vergelijkbaar verhaal. “Ik stond er wel open in. Kom maar op, dacht ik toen ik op een dagbestedingscentrum ging werken.” Daar merkte Anika voor het eerst hoe je contact opbouwt met mensen die veelal niet praten. “Ik ben zelf wel tegen ze gaan praten. Ook al zeiden ze niks terug. Ik nam ze serieus en langzaam maar zeker merkte ik dat er een band ontstond.”

Hoe maken we bewoners gelukkig? Die vraag staat centraal bij ORO, maar ook bij de twee begeleiders. Soms is het makkelijk, soms een zoektocht. Anika: “Als Regina thuis komt van de dagbesteding is ze moe, heeft ze het altijd wat moeilijk en is ze onrustig. We hebben gemerkt dat ze dan van draaiorgelmuziek weer heel gelukkig wordt. Daar knapt ze van op. Dan lacht ze en maakt ze weer vrolijke geluidjes. Daar doe je het voor. Daar kan ik ontzettend van genieten.”
Merle: “Als Huub de buitenlucht voelt, begint hij te stralen. Echt mooi is dat. En als ik naast Saskia ga zitten dan legt ze haar hand op mijn schoot. Zo’n klein gebaar, waarmee ze wil zeggen ‘het is fijn dat je er bent’, dat is een superfijn gevoel.”

Merle twijfelt nog, maar Anika ziet zichzelf nog vele jaren in deze omgeving werken. “Ik had nooit gedacht dat ik dit zo leuk zou vinden, maar die lach, het feit dat je iemand blij kunt maken door er te zijn, door aandacht te geven. Dat maakt het werk hier zo bijzonder dat ik dit nog heel lang wil blijven doen.”